Livraison rapide Garantie d'usine 5 ans En kit 24V LED

Volt, Ampère & Watt

Wat is het verschil tussen de meeteenheden voor elektriciteit: Volt Ampère en Watt? Oftewel wat is het verschil tussen de spanning(V), intensiteit(A) en het vermogen(W)?

Volt (V) De meeteenheid is afgeleid van de naam van de Italiaanse natuurkundige, Alessandro Volta, de uitvinder van o.a. de elektrische batterij in 1800.

Volt is de meeteenheid van de elektrische spanning in een circuit tussen punt A en punt B. Zoals je misschien al weet is elektrische stroom niet meer dan een verplaatsing van elektronen. Een stroomgenerator creëert een onevenwicht om de elektronen aan te trekken en af te stoten. Zo zorgt de generator ervoor dat de elektronen bewegen. De onevenwichtigheid die ontstaat is de elektrische spanning. Hoe groter die is, hoe sterker de elektrische lading versnelt en hoe hoger de spanning. Volt is in feite de grootte van de “druk” die de elektronen doet bewegen.

Ampère (A) De meeteenheid is genoemd naar André-Marie Ampère, de uitvinder van de elektromagneet. De ampère meet de intensiteit van de elektrische stroom, of anders gezegd, de hoeveelheid elektronen die elke seconde door een geleider gaat. Blijft dit voor jou Chinees? Dan kan je de beweging van de elektronen vergelijken met de beweging van water in een tuinslang. De intensiteit (ampère) is dan de stroom van het water. In beide gevallen is het zo dat hoe hoger de druk (spanning), hoe groter de doorstroming (stroom) is.

Watt (W)  De naam van deze meeteenheid verwijst naar de Schotse ingenieur James Watt die in de 18e eeuw de stoommachine ontwikkelde. Watt is het vermogen van de elektrische stroom, de hoeveelheid energie per seconde. Laten we het voorbeeld van de tuinslang nog eens nemen: het elektrisch vermogen (in watt) zou dan gelijk zijn aan de druk in de slang als de kraan gesloten is (spanning in volt) die je vermenigvuldigt met de waterstroom als de kraan open is (stroom in ampère).

Het elektrisch vermogen van een apparaat is het aantal watt (W) dat nodig is om het te laten functioneren. Om het nodige vermogen te weten te komen, moet je de stroom, of de hoeveelheid verbruikte elektriciteit (ampère), vermenigvuldigen met de elektrische spanning, of de “sterkte” van de stroom (volt). Hoe groter het vermogen van een elektrisch apparaat, hoe meer energie het produceert (of verbruikt).